Nou hoop ik maar dat jullie je mijn eerste
Fair Isle Muts nog kunnen herinneren. Die was namelijk
geniaal.
Dat laatste had ik toen nog niet door, ik breide gewoon een
telpatroontje wat ik getekend had, niet zo origineel, een gestyleerd
bloemetje.
Overmoedig geworden door dit succes (we vergeten voor het gemak even dat
hij drie maten te groot werd want dat was uiteindelijk alleen maar
positief: door het vervilten is hij dikker, zachter en warmer geworden)
begon ik aan mijn volgende muts, dit keer blauwgroen.
Waarschijnlijk zit het hem in de kleur, want het lukte niet. Gewoon hélemaal niet.
Dat ik niet de geduldigste ben is onderhand bekend. Maar ik weet zeker
dat jullie het ook niet zouden doen: álles uithalen omdat je
tien pennen eerder
één, slechts
één klein
rotsteekje in een bepaalde kleur teveel deed. Waardoor het hele patroon
wegviel (en dit keer had ik een wat ingewikkelder telpatroon gemaakt).
Niks tulpjes en margrieten, gewoon een rommeltje.
Diegenen die op zo'n moment de hele boel uithalen en weer opgewekt opnieuw beginnen, wel, daar is een steekje aan los.
Die sporten waarschijnlijk ook.
Het mutsje is afgekomen, een gezellig blauwgroen mutsje, met modern door elkaar lopende kleuren. Heel geraffineerd.
Om het helemaal af te maken wilde ik er een kol bij. (En hier begint het
verhaal voor vandaag pas, dus dat belooft weer een lange zit te
worden.)
Het leek me mooi om een brede kol te breien, die ook helemaal over de schouders kon hangen als een omslagdoek.
Omdat hij, weliswaar niet geheel gepland, érg leuk is geworden en omdat
ik weet dat er onder jullie enkelen zitten die hem graag zelf willen
breien, komt hier de werkbeschrijving.
Niet in geheimtaal, gewoon in het Nederlands,
Ik begon tevreden met het opzetten van 300 steken op een rondbreipen nummer 4.
Ik ben dol op rondbreipennen omdat je daarmee alleen recht kan breien en
dat gaat lekker snel, vooral als je het ook op de Scandinavische manier
doet (met de omslagdraad op de linkerhand).
Het begin schoot niet echt op. Na twee uur breien (en een beetje
kletsen) had ik nog maar twee centimeter kol. En die twee centimeter
ging ook nog eens krullen als de snor van mijn kat.
Een paar weken verder was de kol 10 cm breed. Inclusief krul.
Ik besloot dat er maar eens wat moest worden geminderd. Gewoon een hele
pen averecht breien en op elke tien steken twee steken samenbreien. Dat
zorgt voor 30 steken minder op een hele pen.
Die pen averecht geeft een leuk ribbeltje en het samenbreien geeft in dat ribbeltje een lief blobje. Snappen jullie het nog?
Vol goede moed breide ik weer verder en waarachtig, het ging nu wat vlotter.
Maar nog steeds niet vlot genoeg, dus na 4 cm kwam er weer een
ribbeltje: ook dit keer een pen averecht met nu elke negen steken twee
samenbreien. Da´s weer dertig steken minder op het totaal.
Nu kreeg ik de smaak te pakken, er kwamen nog meer ribbeltjes met steeds
ongeveer 4 cm ertussen. Bij het derde ribbeltje minderde ik om de 8
steken, bij het vierde ribbeltje om de 7 steken, bij het vijfde
ribbeltje om de 6 steken, bij het zesde ribbeltje om de 5 steken. Dit
betekent dat er bij iedere ribbel 30 steken geminderd werd en zo kwamen
de blobjes ook mooi onder elkaar.
Mocht dat niet helemaal lukken, maak je er vooral niet druk om, in de grote lijn der dingen is het totaal onbelangrijk.
Na de 6e ribbel zat ik op ongeveer 35 cm kol (en dan doe je in Kolland
al heel serieus mee) en (voor de tellers onder jullie) op
ongeveer 120 steken resterend.
Ik zeg ongeveer omdat er bij mij altijd wel wat steken op mysterieuze
wijze verdwijnen onderweg. Zolang het geen afgevallen steken zijn is dat
verder niet erg.
Bij ribbel 7 zou ik volgens bovenstaande formule om de vier steken
moeten minderen, maar ik heb er hier en daar een paar extra gedaan
(ongeveer 10 in totaal) omdat we hier bij de hals zijn aangekomen.
Op dit punt hield ik dus ongeveer 80 steken over.
Genoeg geribbeld, vanaf hier breide ik nog 10 cm gladjes door voor de
hals (dit keer rekening houdend met de krul) en klaar was de kol.
Om hem op verschillende manieren te kunnen dragen bedacht ik er een sluitbandje bij.
Twintig steken breed, twee recht, twee averecht en ongeveer 20 cm lang.
Aan de ene kant een knoopsgat (voor wie niet weet hoe dat gaat, zo deed
ik het: 7 steken breien, 6 steken afhechten en weer 7 steken breien; bij
de volgende pen 7 steken breien, 6 nieuwe steken opzetten en weer de
laatste 7 steken breien; uiteraard pas je je knoopsgat aan de breedte
van de knoop aan (of andersom); daarna nog ongeveer 5 pennen twee recht,
twee averecht).
Op het andere uiteinde naai je de knoop vast.
Met dit sluitbandje kun je je kol op verschillende manieren dragen.
 |
| Los |
 |
| Heel Los |
 |
| Als Kraag |
 |
| Als Sjaal |
 |
| Met Muts |
Kijk, het lezen van dit hele verhaal was al de helft van het werk, het breien zelf is nu een peuleschil!
Als bewijs ben ik ook weer een nieuwe begonnen.
Een oranjegele natuurlijk.
Ook te lezen op
Eexterhout Blog.